<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Kortverhalen Archieven - Myrdhin Frey</title>
	<atom:link href="https://myrdhindefruyt.com/nl/category/kortverhalen/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://myrdhindefruyt.com/nl/category/kortverhalen/</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Fri, 21 Aug 2026 15:59:04 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-BE</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.4</generator>

<image>
	<url>https://myrdhindefruyt.com/wp-content/uploads/2021/09/cropped-Magpie-3-1-32x32.jpg</url>
	<title>Kortverhalen Archieven - Myrdhin Frey</title>
	<link>https://myrdhindefruyt.com/nl/category/kortverhalen/</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Natuurlied</title>
		<link>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/natuurlied/</link>
					<comments>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/natuurlied/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Myrdhin]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 08 Oct 2020 12:41:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Kortverhalen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://myrdhindefruyt.com/?p=180</guid>

					<description><![CDATA[<p>Zucht in, zucht uit: verwasemend. Verzacht, verzucht: verademend. En zuigend aan de ijle lucht – verzoeken aan de verre vlucht van wellende zonnetranen. Die niet en nooit de diepte willen weten. De diepte onder dag en gras. Verborgen onder rottend was. De zoete zalige zolder, van zonder meer aardedonker holte. Wat zorgeloze zevende wereld van&#8230; </p>
<div class="readmore-wrapper"><a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/natuurlied/" class="more-link">Read </a></div>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/natuurlied/">Natuurlied</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">Zucht in, zucht uit: verwasemend. Verzacht, verzucht: verademend. En zuigend aan de ijle lucht – verzoeken aan de verre vlucht van wellende zonnetranen. Die niet en nooit de diepte willen weten. De diepte onder dag en gras. Verborgen onder rottend was. De zoete zalige zolder, van zonder meer aardedonker holte. Wat zorgeloze zevende wereld van diepe, donkere slaap. Van zucht in, zucht uit: verwasemend. Verzucht, verzocht: verdwazemend.</p>
<p style="text-align: justify;">En dan een rake rilling.</p>
<p style="text-align: justify;">Dan een koortse wakkering.</p>
<p style="text-align: justify;">Zenuwscheut de dolven gronden door.</p>
<p style="text-align: justify;">Verdomde rustverstoring. Verzoeking van verloren lovelingen van daarboven. En stokken van de ranke regelmaat van lang verrotte longen. Schudden van bewezen leden, lang geen wulpse ledematen meer. Sinds bergenheugenis geen los van langer leven bewegen meer. De armen die weer pezen vinden. Benen die weer tenen willen. Vingers die met eelt aan zompe aarde knauwen. En ogen die de korsten luiken en met zwarter humus vullen. Verdomd vooral veel meer dat weer gevreesde weten.</p>
<p style="text-align: justify;">Plooien naar de rilling dan. Breken van de stenen dan. Strekken van de riemen dan. En langzaam weer bedwingen. En het anti-graf met stramme poten delven. Langs het zachte goed van binnenbuik. De harde klemmen van hartengruis. Tot glibberige zenuwdraden – die snakken naar het ambrozijn van diepste duisterwarmte. Die nijgen naar de wetenschap die nu, door ons, verlaten. Dat het een tegen de stroom ingaan is. Een wars van dwars tegen de dwaasheid roeien. Steeds wringen naar omhoog.</p>
<p style="text-align: justify;">Klimmen langs die levensbanen. Langs prille harenvezels, naar ronde wortelkronkels, naar dikke armen en benen van de korstschorsmosreuzen van daarboven. Onze oude vrienden. En eerste boodschappers van de veel te snelle wereld. Oude relikwieën die stoffig verlaten verder vermelding maken van een veel te oude wereld, veel te jong verdwenen. Tot onder aan hun leden dan. Ontspringend aan hun lenden dan. Met straf gespannen spieren handen plantend op hun dijen kruipend uit de tunnels die we groeven. Het omgekeerd sterven uit de donkerdiepe rust die nu achtergelaten.</p>
<p style="text-align: justify;">Wij zien dan weer voor eerst. Wij ogenschouwen weer de wakkere wereld van steeds worden, verworden, verderven, verdwijnen. Niet van zucht in, zucht uit: verwasemend. Van happen, snakken: razend. Van grijpen, grissen: grazend. En zien dat zelfs de oude reuzen hun nalatenschap zien branden. Hun palimpsesten van steeds opnieuw ineengezegen zenuwzijde. Geweven aardtapijten van eeuwigheid en nu. Zorgvuldig aan elkaar gekluisterde, geleefde, beleven, bewezen werken van een vruchtbare kennisdracht. Zien dat zelf dat hoge, dure goed in haastig happen brandt.</p>
<p style="text-align: justify;">Nieuwsgierig nu opnieuw opstaand. Ons aan de grond onttrekkend. Oude nagels strekkend. Met bolle rug en brede voeten vertrouwde bast omarmend. En steeds verder naar dat warm, wijzend gloeigezicht. Springend van de holten weg en richting zingend zwerk. Van knoestbewijs van oude reuzenwond naar zachtjes murmelende meander van vezels en neuriënd ritselgewas. Van oud vergaan naar nieuw ontluikend licht. En klevend door de gouden nectar die het levenszoet tot daar brengt, puttend uit de dampe dauwhoudende vacht die levenslucht hier fris houdt. Steeds verder omhoog. Toch weer lief herwinnen.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p style="text-align: justify;">Toch weer hoop durven zingen?</p>
<p style="text-align: justify;">Toch altijd weer herwording?</p>
<p style="text-align: justify;">Of durven opnieuw draaien.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p style="text-align: justify;">De dwaasheid om toch ruggenwerf te keren, en schellenoog te wenden. Van nu steeds naakter zichtbaarheid. Nu steeds minder ononderkenbaarheid. Steeds meer zicht op ondoordenkbaarheid. Of durf op denken aarde aan wat toch altijd vergankelijkheid was te onderwerpen? Dan het groter beeld te zien, dat zelf de reuzen die de oude wereld bleven hoeden niet meer veilig zijn.</p>
<p style="text-align: justify;">Want lakonieke lovelingen lopen de oudernis met nieuwe namen tekeer: Dolmar, Husqvarna en Makita – gedreven niet door onderdanigheid aan eeuwig langzaam leven, maar door aardgas of benzine. Duizend stalen tanden draaiend bijtend in de dikke huid van louter gistende goedmoedigheid. Kettingstaal toch duizend malen sneller briesend dan voorzichtig verzamelende kennisreuzen. Sneller dan alle kwetsbare reuzenhandjes die – verkleurd, vergeurd, verliezend – aan door jaarlijkse rouw geharde vingertakken moeten ontvallen. Maar nog niet sneller dan de hongerige heiren van lusteloze lovelingen, die verkwistend brandgeulen verdenken van hun eigen makelij. Die de aarde woelen, en het hooi verdorren, en elkaar in woestenijen jagen om de eerste zijn die laatst was. Om het snelst het einde te bereiken. Een herdersmat op schaal van globaal verdriet tot einders.</p>
<p style="text-align: justify;">En wat de spijt van durven draaien. En eigenlijk alleen maar plaats voor tranen.</p>
<p style="text-align: justify;">Toch klimmend naar de hoogste krakerige beenderen die onze flikkerende ijver nog kunnen dragen. Tot waar de hemel naar de reuzen reikt om net niet te vertellen hoe het dan allemaal had moeten gaan. Waar de boomkruinen naar de wereldgloed strekken om net niet te fluisteren wat zij weten, de lovelingen vergeten, en de zon hen ooit vertellen moest. Van leven en van sterven, en van eind of eeuwigheid. Daar dan toch nog ruggerichten. De ogen reikhalzen uit ademnood, en wens op hoop op toch nog iets dat glimp van beternis kan bieden. Maar nergens meer dan alleenzame lovelingen die wel weten van het nakende einde, maar al te lang niet meer geloven kunnen in de handen weven tot een beter wetend vangnet. Een barmhartigheid tegen de storm. Een dromen van een morgen. Samen. Alleen steeds meer alleenzame lovelingen, verloren in het luiken van de leden. En veel te zachtjes wenen.</p>
<p style="text-align: justify;">Waar we ons tussen de stervende vogeljongen nesten. Hun rillende donsborstjes proberen warmen tegen de ijskou van fungi-, insecti-, herbi-, en biociden. Door dode handen zonder weten begraven in de kleinste mezenlevens. Dan in die hoge nesten nog een laatste keer uitreiken. Een blik strekken tussen de dorre bladeren door. En van te veel, te pijn, te kramp, te vallen. Van niet meer kunnen opstaan tegen veel te doodse winden. Van niet meer willen weren tegen wat we toch met weten niet overwinnen zullen. Van gewoon genoeg, toch liever laten zakken.</p>
<p style="text-align: justify;">En zacht in, zucht uit: uitademend. Verdord, verbruikt: uitblazemend. En hoestend in de koude lucht &#8211; nog zoekend naar een verre lucht vol heldere zonnetranen. Die slechts auctorieel, maar stoïcijns over de stokkende wereld zweven. De palliatieve moeder, binnenkort slechts paleontologische praalvondst voor inter-planetaire reizigers. Dan maar de knieën tegen de borst aanduwen. De armen rond de knoken kneden. En zoeken naar de zorgeloze zevende wereld van diepe foetale slaap. Zucht uit, zucht weg: uitademend. Verloren, verbruikt: uitblazemend. En stilletjes uitdoven.</p>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/natuurlied/">Natuurlied</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/natuurlied/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het verloren kind</title>
		<link>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/het-verloren-kind/</link>
					<comments>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/het-verloren-kind/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Myrdhin]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 01 Oct 2020 20:18:52 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Kortverhalen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://myrdhindefruyt.com/?p=81</guid>

					<description><![CDATA[<p>Het kind kroop langzaam de donkere mijnschacht in, met een lichaam als een spin. Eerst kwamen de tengere armpjes, breekbaar en toch taai als halmen van groen gras. Dan kwamen de gespierde beentjes, dun en toch ook stevig, als een lichtstraal van hoop in een donkere barak. Tussen beide zweefde het lichaampje, met ribbels in&#8230; </p>
<div class="readmore-wrapper"><a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/het-verloren-kind/" class="more-link">Read </a></div>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/het-verloren-kind/">Het verloren kind</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p id="viewer-foo" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Het kind kroop langzaam de donkere mijnschacht in, met een lichaam als een spin. Eerst kwamen de tengere armpjes, breekbaar en toch taai als halmen van groen gras. Dan kwamen de gespierde beentjes, dun en toch ook stevig, als een lichtstraal van hoop in een donkere barak. Tussen beide zweefde het lichaampje, met ribbels in plaats van ribben en knobbels in plaats van een rug. En tussen beide hing ook het hoofdje, met ogen die de schimmen van het donker probeerden te scheiden. In dat donker maakte het niet meer uit welke kleur de huid van het kind had. In de duisternis waren ook haarkleur en oogkleur verloren. Dus kroop het kind langzaam dieper de donkere aarde in, door een krappe tunnel van verharde grond en steen. Het klauterde onder het geroep van harde stemmen boven zich. Stemmen en woorden werden de enge schacht in geworpen, zodat ze weerkaatsten op de wanden en afketsten op de rug van het kind. Dat het zich moest haasten, riepen ze. En dat het dieper moest gaan. Dat het snel terugkeren moest. Maar dat het meer moest meenemen.</p>
<div id="viewer-jmrq" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-4m5c2" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">En tot slot riepen de stemmen ook dat het niet omkijken mocht. Dat was het enige gebod waar het kind gehoor aan gaf. Want onder de grond was het koel en stil. Daar klonken de harde stemmen zacht en dof. Diep onder de aarde was het rustig, en leken zelfs de zintuigen gedempt. Het kind vergat de schrammen en littekens op zijn ellebogen, waar felrood wildvlees welig tierde. Het vergat dat kinderen gemaakt zijn om door donkere tunnels te kruipen, omdat de volwassenen dat niet kunnen; en dat zijn ouders geen geld hadden, en geen andere oplossing. Het vergat dat het zweepslagen zou krijgen wanneer het weer naar boven kroop en bleek dat het niet snel genoeg gewerkt had. En juist daarom klauterde het kleine kind steeds langzamer naar omlaag. Voorzichtig zakte het de stille, zoete duisternis in. Langs gladde, vochtige aardwanden gleed het naar beneden, naar binnen, en omgekeerd omhoog terug naar moeder aarde en de oorsprong.</p>
<div id="viewer-3bj2e" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-dv0m6" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Boven schreeuwden de universele stemmen nog steeds hun nooit geweten eisen. Ze schreeuwden nog steeds dat ze metalen nodig hadden, dat ze plukjes textiel moesten hebben, dat ze kleren wilden, dat ze dit of dat nodig hadden. Misschien niet voor zichzelf, maar omdat ze bazen hadden die het hen vroegen. Misschien niet voor zichzelf, maar omdat ze markten hadden die het hen smeekten. Misschien niet voor zichzelf, maar voor de consumenten die niets van de kinderen wisten – de kinderen die haastig de duisternis in gleden, in fabriekshallen, donkere barakken, gevaarlijke mijnen en klamme sweatshops – en die daarom bleven roepen om producten die alleen zij hen konden brengen. Omdat ze lichaampjes als spinnen en als mieren hadden. Dus bleven de volwassen stemmen hun schrille dierenkreten schreeuwen, terwijl het kind steeds donkerder de mijnschacht in sloop.</p>
<div id="viewer-6jiu2" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-1iob7" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Diep onder de grond, werd alles echter langzamer. Zelfs de meest schreeuwerige stemmen verstomden, als meeuwen door een plotse wind verjaagd. Het kind was als de korrel in een omgekeerde zandloper, zoals het langzaam langs de lagen van aarde uit een ver verleden gleed. Hoe verder het de aarde in sloop, hoe stiller het heden klonk. Tijd en ruimte en licht zijn relatief, alleen de duisternis is absoluut. Het kleurloze kind verloor zichzelf in het volmaakte donker. De eeuwige nacht van de terugkeer. Hand voor hand en voet voor voet klom het dieper, tot het eindelijk, in volmaakte stilte, het einde van de tunnel had bereikt. Een einde dat wat ruimer was dan de tunnel ernaartoe. Een einde waar het kind tot aan de knieën in geel water stond. Een einde waar de lucht naar aarddampen en vergetelheid rook. Waar het kind ook even rustte, en zich ondanks alles de boze stemmen boven zich herinnerde. Want onder het water tastten zijn naakte voeten naar de verloren voorwerpen tussen het giftige slib. De schatten die de volwassenen van de toekomst in het verleden verloren hadden; wat van hen was omdat hun kinderen het konden grijpen. Om de groeiende bovenwereld te kleden, van smartphones te voorzien, een industrie en economie en goedkope grondstoffen te bieden.</p>
<div id="viewer-avsn7" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-4ejsb" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Met stevige rukken probeerde de herinnering aan boven het kind omhoog te trekken. Niet omwille van het kind, maar voor de schatten aan zijn voeten. Dat wist het kind en voelde het. Maar grijpen deed het niet. Zijn magere vingers tastten niet door het gele water; niet dit keer. Iets anders hield het kind namelijk tegen. Met zachte rukjes trok het sompige, slaperige slib zelf aan zijn geschonden voeten, zoals de duiker die aan het koord trekt om de mensen boven een signaal te geven. Dus schudde het kind zijn hoofd en brak het de webben die het nog met de bovenwereld verbonden. Het keerde zich naar het gele water, het giftige slib en de binnenkant van de aarde. Niet voor de schatten, de metalen, de verloren voorwerpen. Maar voor wat verder lag. Met dapper geklauter en getrap klom het kind, het slib en slijk voorbij, nu diep de tunnelloze duisternis in. Want boven had het niets verloren. Als een omgekeerde geboorte zakte het de aarde in, volledig verloren in de tijd.</p>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/het-verloren-kind/">Het verloren kind</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/het-verloren-kind/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Een mens in de regen</title>
		<link>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/een-mens-in-de-regen/</link>
					<comments>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/een-mens-in-de-regen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Myrdhin]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 19 Jun 2019 20:17:59 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Kortverhalen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://myrdhindefruyt.com/?p=79</guid>

					<description><![CDATA[<p>De klok tikte dat het zinloos was. Zinloos om nog op te staan. Zinloos om te blijven zitten. Zinloos om de schoenen aan te doen om tegen de hoeken van de wereld te gaan schoppen dat ze rond moesten worden. De klok tikte dat het allemaal eindelijk helemaal geen zin meer had. Maar de koffie&#8230; </p>
<div class="readmore-wrapper"><a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/een-mens-in-de-regen/" class="more-link">Read </a></div>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/een-mens-in-de-regen/">Een mens in de regen</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p id="viewer-foo" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">De klok tikte dat het zinloos was. Zinloos om nog op te staan. Zinloos om te blijven zitten. Zinloos om de schoenen aan te doen om tegen de hoeken van de wereld te gaan schoppen dat ze rond moesten worden. De klok tikte dat het allemaal eindelijk helemaal geen zin meer had. Maar de koffie stond geurend op het aanrecht te dampen naar dagen in de zomer waarop de zon warm op het geboende tafelblad scheen en de plastieken tafelhoezen plakten en de plastieken tafelstoelen kraakten en de vogels zomer floten vanuit hun ivoren torens dat het niet zinloos was. Dat er een doel was. Niet het aantrekken van schoenen om tegen de stompgetrapte hoeken te gaan schoppen. Wel het leven. De koffie geurde naar te veel gemalen bonen in een Italiaanse koffiezet. Hij geurde naar de onverschillige krant die naast de koffie op het aanrecht lag. En buiten tikte de regen met de regelmaat van de klok dat het zinloos was, en toch zin had. Dat het zinloos was, en toch zin had. Dat het zinloos was, en toch zin had. Datetzinlooswas entochsinad. Dus stond ik op en trok mijn schoenen uit. Opdat ik op kousenvoeten over het Scandinavisch bleekhouten parket naar de Vlaamse tegels kon schuiven, die nog eens uitgesmeten moesten worden en vervangen door iets wat meer design was. De klok tikte, de regen tikte, en mijn hart tikte. Amper nog. Daar zou de warme, zwarte, zwoele koffie met haar Italiaans temperament verandering in brengen.</p>
<div id="viewer-2knh7" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-6nv3v" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Alle problemen en zinloosheid van de wereld verdwenen in een enkel kopje porselein, gemaakt in China en gevuld met ergens een plaats in Afrika. En met China bedoelen we uiteraard Thailand, Bangladesh, India, Cambodja, Mongolië en al die andere plaatsen in het oosten die niet Japan zijn – want Japan is design – of Rusland – want Rusland is iets anders. En met Afrika bedoelen we het land Afrika, want dat het een continent is dat diverser is dan onze Westerse verlichtingsmaatschappij vatten we nog steeds niet echt. En met verlichting bedoelen we uiteraard commerciële verlichting, niet de filosofische beweging waarvan we denken dat we hem vertegenwoordigen, jeweetwel, het geloof dat alles te verklaren is doormiddel van onveranderlijke wetten van het universum die al lang bewezen te zijn geen steek te houden door Einstein en kwantumfysica. Met verlichting bedoelen we het valse licht in onze keukens, onze hallen, onze kantoren, onze winkels, onze computers, onze laptop – want de twee verschillen –, onze smartphones, onze gsm’s – want de twee verschillen –, onze toiletten en onze rommelkoten. Ik drink uit een kopje dat op maat gemaakt is voor een mens in het Westen, en dat tegelijkertijd volslagen onverschillig is ten aanzien van wat die mens doet of niet doet. Omdat er geen West is, of Zuid, of Oost, of Noord. Omdat Europa ten oosten van Amerika ligt. En dan bedoelen we uiteraard de natie Amerika, want we vergeten graag dat er nog Centraal-Amerika is – jeweetwel, Mexico – en Zuid-Amerika – jeweetwel, Brazilië – en Canada – laten we Canada niet vergeten! Ook omdat Azië ten westen van Amerika ligt. Omdat Afrika ten noorden van Antarctica ligt en omdat alles Zuid is vanaf Arctica bekeken; en omdat de klokken ons waarschuwen dat het onmogelijk is om op elk moment van de dag globaal te leven.</p>
<div id="viewer-8q212" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-6s4mg" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Ik neem daarom mijn koffie, een boek, een stoel en een ogenblik om te lezen. Even is er tijd voor een enkel verhaal. Een stil vergeten van de versnippering, het fragmentarische dat onze wereld samenhoudt. Het boek is niet postmodern, niet meta-reflexief, het is niet maatschappelijk betrokken, niet kritisch en geschreven lang voor we mensen vluchteling noemden, lang voor we ons klimaat verneukt hadden, lang voor er smartphones waren om aan verslaafd te geraken. En toch is het een spiegel van de mens. Als racist, als tolerant, als dominant, als bedeesd, als reflexief, als actief, als banaal, als cultureel. Het is een spiegel van de mens, omdat het geschreven is door een mens en wij allemaal uiteindelijk altijd mensen zullen zijn en blijven. Het is geschreven door een organisme dat even gedetermineerd is door zijn biologische kenmerken als eender wie. En dat maakt hem begrijpelijk. Ik drink dus mijn koffie en lees mijn boek en verzak in de kracht van een enkel verhaal; de kracht om rust te bieden in een wereld van verschillende perspectieven. De klokt tikt de traagheid van de tijd, de regen tikt de wereld van seizoenen die buiten de mens om bestaat. De woorden tikken beelden in mijn hoofd. De kat tikt haar nagels op de trap. Maar de kracht van het enkel verhaal kan enkel geldig zijn zolang je meer leest, meer hoort, meer ziet dan enkel dit. Als je jezelf niet tot één perspectief beperkt.</p>
<div id="viewer-266pp" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;"></div>
<p id="viewer-2hb88" class="XzvDs _208Ie ljrnk blog-post-text-font blog-post-text-color _2QAo- _1iXso wj-V5 ljrnk _1F0_O public-DraftStyleDefault-block-depth0 public-DraftStyleDefault-text-ltr" style="text-align: justify;">Ik sta opnieuw voor het raam, een aantal bladzijden later. En kijk naar de regen over het donkerland. De huizen zijn eclectisch, de straten zijn zwart, en in de hoofden van de mensen in de huizen leven duistere gedachten. De kat komt naast me zitten, en staart naast me naar buiten. Zij weet meer dan ik dat je de mensen niet beschuldigen kan van donkere gedachten. Niemand is schuldig aan wat hij voelt. Hoewel dat het niet juist maakt. Juist zoals bepaald door de mensen van de verlichting die al is aangepast? Juist zoals bepaald door de wetten van de ethica die blijvend gerelativeerd worden? Juist zoals de algemene mensen weten wat juist is? Volgens mijn kat is er maar één juist, en dat is dat we allemaal mensen zijn, levende organismen gedetermineerd door onze biologische kenmerken. En omdat we allemaal mensen zijn is er geen waarheid juister dan de ander, behalve dat we allemaal mensen zijn, en dat we altijd, hoe dan ook, samen allemaal mensen zullen zijn. De ontkenning van een ander mens, omdat hij anders is, is altijd een ontkenning van jezelf. Jullie zijn goed bezig, denkt mijn kat, met die ontkenning van jezelf. En mijn koffie denkt hetzelfde. En inderdaad, zij die bang zijn voor wie anders is dan het beeld van de norm in hun met duister gevulde verlichtingshoofden, ontkennen de ander door te haten. En zij die bang zijn voor wie haat omdat sommigen anders zijn dan het beeld van de norm in hun hoofden, haatten de haters terug. Tot er net genoeg polarisatie is om te vergeten dat we allemaal mensen zijn. Dat we allemaal dromen en angsten hebben. En dat we allemaal het liefst met koffie, of thee, of wat je ook maar graag drinkt, op een bank zouden zitten in de zon. Is het zinloos? tikt de klok. Ik weet het niet. Dus stap ik blootsvoets met mijn halve koffie de regen in. Daar maakt het niet uit wat de kleur van mijn huid is, de vorm van mijn lichaam, waarmee de binnenzijde van mijn schedel gevuld is en wat mijn hart doet slaan – de cafeïne niet meegerekend. De stilte valt. De klokken zwijgen. De verlichting gaat uit, en ik ben slechts een mens in de regen.</p>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/een-mens-in-de-regen/">Een mens in de regen</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/een-mens-in-de-regen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Witte Jurkjes</title>
		<link>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/witte-jurkjes/</link>
					<comments>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/witte-jurkjes/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Myrdhin]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 19 May 2019 19:39:32 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Kortverhalen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://myrdhindefruyt.com/?p=72</guid>

					<description><![CDATA[<p>En de zomerzon stond hoog aan de hemel en scheen heet op het rode zand. En het gras ruiste rond haar benen en de wind blies door haar haar. En haar vader was achter het huis, en haar moeder was in het huis en zelf was ze voor het huis. Ze liep door het hoge&#8230; </p>
<div class="readmore-wrapper"><a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/witte-jurkjes/" class="more-link">Read </a></div>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/witte-jurkjes/">Witte Jurkjes</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p id="viewer-foo" class="has-drop-cap wp-block-paragraph" style="text-align: justify;">En de zomerzon stond hoog aan de hemel en scheen heet op het rode zand. En het gras ruiste rond haar benen en de wind blies door haar haar. En haar vader was achter het huis, en haar moeder was in het huis en zelf was ze voor het huis. Ze liep door het hoge gras dat ritselde langs haar naakte benen omdat het warm was, oh zo warm. Tussen het gras lag zacht zand, dat warm was en tussen haar tenen en nagels kroop en haar zolen streelde. En de zomerzon streek langs haar rug met zijn warme stralen. Er was rust op dat moment, rust die er gedurende de afgelopen bange nachten nooit geweest was. De stad en het land brandden in de verte, maar in de heuvels was er rust. Hier zouden ze hen niet komen halen. Dat had haar vader beloofd, die de geiten hoedde, die het gras aten, dat achter het huis het groenst was, omdat er een beek stroomde. In de beek waren keien die glad waren omdat ze daar al lang gelegen hadden. De barsten in de keien waren weggespoeld door vele jaren water dat er overheen gestroomd was. En als de beek in de zomer soms, als het echt heel warm was en voor lange tijd, droog stond, dan waren de keien naakt en kwetsbaar. Misschien kwamen er dan barsten in, of krassen. Op elke warme zomer volgde echter een koude winter: met sneeuw in de bergen en regen in het dal. Een wit deken van bescherming viel dan over het gras dat achter het huis groeide en groener was door van de beek. Die vulde zich eerst met sneeuw en dan met water als het ijs in de bergen het hele jaar door smolt, tot de winter weer kwam. Nu stond de zon echter hoog aan de hemel, zijn hete stralen streelden haar frêle handen die langs stengels gras streken.</p>



<p class="wp-block-paragraph" id="viewer-60ltb" style="text-align: justify;">En dan kwamen plots de paarden die de mannen droegen die boos keken. Hoefgetrappel deed een wolk van stof opwaaien, omdat het zomer was en droog, en omdat er zand lag tussen het gras. De mannen waren bleek, met blauwe ogen en gele haren als de bloemen in de lente in het dal. Ze hadden harde handen met zwarte haften van lange speren, en riepen boze woorden, zoals haar vader wanneer ze niet oplette omdat ze tijdens de zomer aan het dromen was van de regen die fris en lief was. Haar moeder liep uit het huis en haar vader kwam achter het huis vandaan, en ze stonden voor het huis, en ze keken naar haar. En ze riepen: “Vlucht!” En zij liep naar hen toe, maar haar moeder zei: “Nee!” En de bleke mannen op de zwarte paarden met de bange staarten krijsten boze woorden in een vreemde taal. En haar vader keek opnieuw naar haar. “Vlucht nu!” riep hij.</p>



<p class="wp-block-paragraph" id="viewer-b41ba" style="text-align: justify;">“Waarom?” had ze hem ooit gevraagd. “Omdat ze kunnen en omdat wij anders zijn”, had hij geantwoord. Maar wij waren niet anders, de bleke mannen waren anders. Zij kwamen ver hiervandaan, en de oude mannen in het dorp zeiden tegen elkaar dat ze terug moesten keren naar waar ze vandaan kwamen. Omdat ze andere woorden gebruikten en andere goden hadden en andere gebruiken, en omdat ze hun voeten niet wasten voor ze aan tafel gingen, en omdat ze niet rusten op de rustdag. “Ga weg”, hadden ze gezegd aan de bleke mannen, en misschien waren er harde woorden gevallen. De bleke mannen waren uiteindelijk weggegaan, maar ze waren ook teruggekeerd. Nu waren er meer en meer en meer die terugkeerden, over de zee en over het land. Ze staken de steden en dorpen in brand, en veel mensen vluchtten.</p>



<p class="wp-block-paragraph" id="viewer-7hrhf" style="text-align: justify;">“Waarom wij niet?” had ze hem ooit gevraagd. “Omdat dit ons land is en omdat we geen geld hebben en omdat het heel, heel, heel gevaarlijk is”, had haar vader geantwoord. Blijkbaar gingen heel veel boten met mensen die vluchtten verloren in de wilde zee. Mensen zoals wij, mensen zoals zij, haar moeder en haar vader. Nadat ze dat van haar vader vernomen had, droomde ze ’s nachts vaak van meisjes zoals zij, met naakte benen en blote voeten die diep, diep, diep in de zee wegzonken. Tot waar het zo donker was dat alleen hun witte jurken nog licht gaven. Als sterren in de nacht zakten ze dieper de onschuldige diepten van de donkere nachtzee in. “Waarom is dit ons land?” had ze haar vader gevraagd. “Omdat ik je moeder ontmoet heb op de markt, en omdat ik haar eerst gekust heb bij de waterput, en omdat ik voor haar een lint in de boom op de berg gebonden heb, waar de sneeuw de helft van het jaar blijft liggen”, antwoordde haar vader met tranen in zijn prachtige bruine ogen.</p>



<p class="wp-block-paragraph" id="viewer-b0f5l" style="text-align: justify;">Als ik toen geweten had dat hun markten vernield waren, hun waterputten verschraald en hun bomen verbrand, had ik dan anders gedacht over de bleke mannen met hun gele haren en hun blauwe ogen? Dan waren ze nog steeds gekomen met schepen, en hadden ze nog steeds onze steden vernield en onze landen verbrand, en dan waren nog steeds zoveel jonge meisjes uit boten gevallen in de diepe zwarte zee tot enkel hun jurkjes nog licht gaven in een donkere nacht van onschuldigheid. “Vlucht!” riep haar vader opnieuw, en ze vluchtte.</p>



<p class="wp-block-paragraph" id="viewer-9mss2" style="text-align: justify;">Het gras ruiste langs haar benen en de zomerzon stond heet en hoog aan de blauwe hemel. De geiten mekkerden achter het huis, waar het gras groen was, en renden de heuvel af toen het huis in vlammen opging. Haar vader tierde en haar moeder zweeg toen de boze mannen kwade woorden schreeuwden, en het plots stil werd. Het zand brandde zacht tussen het gras, tussen haar tenen en onder haar voetzolen. Stenen sneden in haar zachte voeten toen het gras ophield en zij bleef lopen, omdat haar vader gezegd had te vluchten. Ze bleef ook rennen hoewel het zand prikte in de wonden op haar voeten en het bloed vlekken naliet op de grond. Ze liep zo hard ze kon, ook toen het hoefgetrappel achter haar luider werd, en de boze mannen met hun bleke stemmen dichter kwamen. Tot ze over de heuvelrug sprintte en aan de rand kwam van de klif waarachter de vallei lag die achter het dal lag waar hun huisje gestaan had, sprintte ze. Nu voelde ze het zweet dat de hete zomerzon aan haar zachte huid onttrokken had. Ze voelde haar witte jurkje tegen haar magere kinderrug kleven. Ze proefde het zoute zand op haar gezicht, als spikkels. Hoe hoorde ze de paarden dichter komen. Het waren mannen, vrouwen had ze nooit gezien, die kwamen van een land hier ver vandaan, waar de natuur niet droog, maar vochtig was. Waar het weer niet heet, maar mild was. En toch kwamen ze naar hier, omdat hun bodem uitgeput was, hun waterbronnen vervuild, hun steden vervallen en hun bossen verbrand. De bleke mannen waren nog net niet hopeloos genoeg om hun ogen en armen te openen en te vragen. Ze waren slechts hulpeloos genoeg om te grijpen wat wij dachten dat aan ons toebehoorde.</p>



<p class="wp-block-paragraph" id="viewer-3gtr4" style="text-align: justify;">Voor haar lag de vallei die achter het dal lag waar hun huisje gestaan had. Hier had ze van haar moeder nooit mogen spelen, omdat de klif stijl was en het water van het meer aan de voet diep. Het was donker als de nacht en de vergetelheid. De hoge zomerzon kon haar diepten nog niet opklaren. Hier stond ze terwijl de boze mannen met de harde stemmen en de zwarte speren dichter kwamen. Ze waren vol van haat en angst. Ze waren vol van woede en verdriet. Ze waren in rouw om hun vergeten vrouwen en kinderen in een land hier ver vandaan waarvan ze geloofd hadden dat het van hen was, omdat ze er hun lief op de marktdag ontmoet hadden, omdat ze haar er bij de waterput gekust hadden, en omdat ze er een lint in een nu reeds lang gevelde boom gehangen hadden. En zij stond op de rand, en de zomerzon stond hoog aan de hemel en scheen heet op het rode zand. En voor haar lag een meer dat diep was als de oneindigheid. En ze wist niet of de mannen en vrouwen in het hoge gebouw op de rustdag gelijk hadden. En ze wist niet of de vloekende soldaten in het kamp buiten de stad gelijk hadden. En ze wist niet of haar grootmoeder toen ze vloekend stierf gelijk had gehad. Ze zag alleen het donkere meer en haar droom van jonge meisjes in witte kleedjes die licht gaven als sterren. En ze viel.</p>
<p>Het bericht <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/witte-jurkjes/">Witte Jurkjes</a> verscheen eerst op <a href="https://myrdhindefruyt.com/nl/over-de-auteur">Myrdhin Frey</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://myrdhindefruyt.com/nl/kortverhalen/witte-jurkjes/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
